Het Nederlandse baardkuifhoen komt sinds de zestiende eeuw in ons land voor maar is pas in 1925 door de Nederlandsche Hoenderclub in de rij van Nederlandse hoenderrassen opgenomen. De naam is toen veranderd van Padua, zoals dit ras nog in Duitsland wordt genoemd, in Nederlands Baardkuifhoen. Het Nederlands Baardkuifhoen staat tussen de Hollandse Kuifhoenders (met grote kuif) en de Brabanters (met smalle kuif en vrij grote baard) in.
Dit ras heeft een volle kuif ook een driedelige baard, waardoor er geen plaats meer is voor een kam en kinlellen. De kuif is veel groter, voller en ronder dan die van de Brabanter.
De Baardkuifhoenders hebben blauwe poten, opengesperde neusgaten en zijn los en rijk bevederd.
Er worden zeven kleurslagen erkend, waarvan de zilverzwart-, goudzwart- en
geelwitgezoomden de meest opvallende zijn. De zilverzwart- en goudzwartgezoomden hebben respectievelijk een zilverwitte en goudbruine kleur, waarbij iedere veer een zwarte
zoom laat zien. De geelwitgezoomden hebben een goudbruine kleur waarbij de veeromzoming wit van kleur is.
Ook zijn er krulvederige dieren en krielbaardkuifhoenders.
Rasbeschrijving
![]() |
Fokcentra
![]() |
Fokkerijorganisaties
Secretariaat Nederlandse Kuif- en Baardkuifhoenderclub
W. Diepenbroek
Zelhemseweg 29
7051 ZB Varsseveld
Tel. 0315-241007
website: http://www.kuifhoenderclub.nl/



