De Kraaikop is de reus onder de oud Nederlandse hoenderrassen en kwam vroeger vrij veel in Gelderland en Brabant voor. In het buitenland wordt hij wel Bredahoen genoemd.
Reeds op het uit 1650 daterende schilderij "De Hoenderhof" van Jan Steen treft men een vrij fors type kuifhoenders aan, voorzien van enige voetbevedering. De eerste beschrijvingen die met zekerheid de Kraaikop betreffen, stammen uit het midden van de negentiende eeuw.
Het ras is waarschijnlijk in vroeger eeuwen ontstaan door voortgezette teeltkeus van Kuifhoenders, waarbij de kuif en de kam verdwenen. De pootbevedering is een natuurlijke bescherming en komt het ras in een guur klimaat ten goede.
De Kraaikop dankt zijn naam aan de typische vorm van de kop, die enigszins aan de kop van een kraai doet denken. Het opvallende aan deze kop is het volledig ontbreken van kamaanzet en de opengesperde neusgaten. Verder opvallend voor Kraaikoppen zijn de vrij hoge beenstand, de forse bouw en de gierhakken, die worden gevormd door lange, stijve veren die van het benedendijbeen schuin naar achteren en omlaag zijn gericht. De voeten zijn bevederd en de dieren zijn in het bezit van kinlellen.
Het ras is erkend in vier kleurslagen, waarvan de zwarte het meest voorkomt. Naast de grote Kraaikoppen komen er ook Kraaikop krielen voor.
Rasbeschrijving
![]() |
Gechiedenis
Op een paneel uit 1657 van een Nederlandse schilder staat een oude afbeelding die op een Kraaikop lijkt.
Deze reus onder de oud-Nederlandse Hoenderrassen kwam vroeger vrij veel in Gelderland en Brabant voor. In het buitenland wordt hij wel Bredahoen genoemd.
Het ras is waarschijnlijk in vroeger eeuwen ontstaan door voortgezette teeltkeus van Kuifhoenders, waarbij de kuif en de kam verdwenen. De pootbevedering is een natuurlijke bescherming en komt het ras in een guur klimaat ten goede.
Opvallend voor Kraaikoppen zijn de hoogbenige, forse bouw en de gierhakken, die worden gevormd door lange, stijve veren die van het benedendijbeen schuin naar achteren en omlaag zijn gericht. De voeten zijn bevederd en de dieren zijn in het bezit van kinlellen.
Deze reus onder de oud-Nederlandse Hoenderrassen kwam vroeger vrij veel in Gelderland en Brabant voor. In het buitenland wordt hij wel Bredahoen genoemd.
Het ras is waarschijnlijk in vroeger eeuwen ontstaan door voortgezette teeltkeus van Kuifhoenders, waarbij de kuif en de kam verdwenen. De pootbevedering is een natuurlijke bescherming en komt het ras in een guur klimaat ten goede.
Opvallend voor Kraaikoppen zijn de hoogbenige, forse bouw en de gierhakken, die worden gevormd door lange, stijve veren die van het benedendijbeen schuin naar achteren en omlaag zijn gericht. De voeten zijn bevederd en de dieren zijn in het bezit van kinlellen.
![]() |
Populatieschets: verleden en heden
![]() |
De Kraaikop is een prachtig hoenderras. Het is een ras, waar je door gegrepen moet worden. Het is gemakkelijk te houden. De Kraaikop is rustig, hennen zijn gemakkelijk over te zetten van de ene koppel naar de andere zonder dat er gevechten uitbreken. De pikorde is snel bepaald. De kippen zijn vertrouwelijk en de kuikens groeien gemakkelijk op.
De naam van de Kraaikop is ontleend aan de kop, die aan die van de kraai doet denken. De Kraaikop is niet zo'n oud ras als de Brabanter en de Uilebaard, maar in de 19e eeuw kwamen ze in verschillende vormen voor. Het is aannemelijk dat iedere streek zijn eigen variant had: de Schulpneuzen, de Brilneuzen, de Toornse hoenders, een Kraaikop met baard, een Kuifkraaikop en Kraaikoppen met onbevederde poten. Rond 1900 kwam de Kraaikop meer voor. Nu is de Kraaikop samen met de Brabanter een zeer zeldzaam ras. Er zijn niet zoveel fokkers van dit ras. Er is dringend behoefte aan versterking.
Kraaikopkrielen worden nog minder gefokt.
De naam van de Kraaikop is ontleend aan de kop, die aan die van de kraai doet denken. De Kraaikop is niet zo'n oud ras als de Brabanter en de Uilebaard, maar in de 19e eeuw kwamen ze in verschillende vormen voor. Het is aannemelijk dat iedere streek zijn eigen variant had: de Schulpneuzen, de Brilneuzen, de Toornse hoenders, een Kraaikop met baard, een Kuifkraaikop en Kraaikoppen met onbevederde poten. Rond 1900 kwam de Kraaikop meer voor. Nu is de Kraaikop samen met de Brabanter een zeer zeldzaam ras. Er zijn niet zoveel fokkers van dit ras. Er is dringend behoefte aan versterking.
Kraaikopkrielen worden nog minder gefokt.
FokcentraKinderboerderij 'De Wilgenhof'
Kinderboerderij 'De Kooi'
Fokkerijorganisaties
![]() |
Speciaalclub voor fokkers van Babanters, Kraaikoppen en Uilebaarden
G. Vermaas
Prinsenlaan 6
3442 CE Woerden
0348-414813
Website: www.kraaikop.nl





