Het Twentse Hoen is omstreeks 1875 ontstaan in de grensstreek van Twente en het Duitse graafschap Bentheim. De daar voorkomende landhoenders zijn gekruist met vechthoenders (o.a. de Maleier). Toen men overging op het fokken van dieren voor de eierproductie is met zilverpatrijs Leghorn gekruist.
Oorspronkelijk was het de bedoeling een eigen vechthoen te fokken. Vooral door het Maleierbloed waren de hanen toen erg vechtlustig waardoor ze ook wel Biethauner of Bijthoen werden genoemd.
In 1884 verschenen de Twentse Hoenders voor de eerste keer op de tentoonstelling. Vanaf 1919 presenteerden zij zich regelmatig op de Nederlandse en Duitse tentoonstellingen, onder de naam Kraienköppe. Om verwarring met de veel oudere Kraaikoppen te vermijden is in ons land de naam gewijzigd in Twentse Hoenders.
In de jaren ’20 van de vorige eeuw waren de Twentse Hoenders meestal zilverpatrijskleurig en werden daarom ook wel Twentse grijzen genoemd.
Het Twents Hoen is een middelzwaar ras met een landhoentype met vechthoeninslag,. De bouw is slank en sierlijk en de houding is opgericht. De dieren mogen enigszins fors zijn, maar dit mag niet ten koste gaan van het sierlijke type. De kleine ronde kop heeft een vrij brede schedel en laat een walnootkam met een oppervlak als een halve aardbei zien. Door de typische kamvorm loopt het Twents hoen geen risico van een bevroren kam in de winter. Mede hierdoor is dit ras erg weersongevoelig. De Twents Hoenders zijn moedig en onbevreesd en houden daarnaast van vrijheid en veel scharrelruimte.
Momenteel zijn de grote Twentse Hoenders erkend in de kleuren patrijs, blauwpatrijs, zilverpatrijs, blauwzilverpatrijs en geelpatrijs. De Twentse krielen zijn er in de kleuren patrijs, zilverpatrijs, blauwpatrijs en roodgeschouderd wit..
Rasbeschrijving
![]() |
Geschiedenis
Het Twenste Hoen is ontstaan omstreeks 1900 in de grensstreek van Twente en het Duitse graafschap Bentheim. Door de daar voorkomende landhoenders in te kruisen met diverse vechthoenderrassen (o.a. de Maleier, het oude Engelse vechthoen) en om de legproduktie te verbeteren met de zilverpatrijs Leghorn. Men wilde een eigen vechthoen fokken. Vooral door het Maleierbloed waren de hanen toen erg vechtlustig, waardoor ze ook wel Biethauner, Biethaan of Bijthoen werden genoemd.
Door de enorme vitaliteit, weerstand tegen verschillende weertypen en de goede leg in de winter, verspreidden de Twentse Hoenders zich snel in de regio en later over de rest van Nederland en Duitsland.
Als eerste onstond de kleurslag zilverpatrijs (Twentse Griezen), later toen de patrijskleurigen erbij kwamen werden ze Twentse Hoenders genoemd. Nu komen ze voor in de vorm van grote hoenders en dwerghoenders (krielen) en zijn ze op vele pluimveetentoonstellingen te bewonderen.
Door de enorme vitaliteit, weerstand tegen verschillende weertypen en de goede leg in de winter, verspreidden de Twentse Hoenders zich snel in de regio en later over de rest van Nederland en Duitsland.
Als eerste onstond de kleurslag zilverpatrijs (Twentse Griezen), later toen de patrijskleurigen erbij kwamen werden ze Twentse Hoenders genoemd. Nu komen ze voor in de vorm van grote hoenders en dwerghoenders (krielen) en zijn ze op vele pluimveetentoonstellingen te bewonderen.
Fokcentra
Kinderboerderij 'De Wilgenhof'
Kinderboerderij 'De Kooi'
Fokkerijorganisaties
![]() |
Twentse Hoender Club (THC)
Robert Hoornstra
De Pol 12
8337 KS De Pol
tel. 0521-382949



