In 1998 werd het secretariaat van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Gevelstenen opgeschrikt door een bezorgde bewoner van de Nieuwe Leliestraat. Uit de gevel van het totaal vervallen pand nummer 109 werd namelijk door slopers de steen van 'D´gekroonde water-hont' verwijderd, en die hing daar al sinds 1732. Het bleek om een misverstand te gaan en in samenwerking met de Woningstichting Zomers Buiten werd zelfs besloten de gevelsteen op te knappen, dat wil zeggen de vele millimeters dikke verfkorst eraf te laten halen, oude ondeskundige herstellingen ongedaan te maken en aan de hand van oude kleursporen het reliëf weer te laten polychromeren. Inmiddels hangt de steen weer in volle glorie aan het nieuwe pand, en is deze vanwege de symmetrie van het nieuwbouwblokje een huisnummer naar links verschoven.
De Portugese waterhond of cão de agua is een van de voorlopers van de poedel. Deze hond werd al in 1570 door dr. John Kay of Cambridge in zijn boek 'De Canibus Brittanicis' beschreven. Het was een typische werkhond in de kleine vissershavens langs de Portugese kust, vooral de Algarve, en de eigenaar van zo'n hond kreeg vroeger een manssalaris uitbetaald voor de prestaties die zijn hond aan boord van een vissersscheepje of aan de wal op de werf leverde. De taak van de hond bestond uit het zwemmend terughalen van uit de netten ontsnapte vis, het terugbrengen van losgeraakte netten, het naar de kust brengen van boodschappen, het opduiken van allerlei zaken en aan de wal het bewaken van het schip. Het toilet van de hond heeft te maken met zijn werk. De snuit en het achterlijf zijn geschoren, terwijl op het voorlichaam en de staartpunt het haar blijft staan. Omdat het beestje veel in het water bezig is, laat men de beharing op het voorlijf staan om het hart en de longen tegen de kou te beschermen. De punt van de staart behoudt het kwastje, zodat men kan zien waar de hond onder water bezig is. De snuit wordt geschoren, zodat het zicht vrij blijft. Overigens hebben deze honden volledig ontwikkelde zwemvliezen. De zwemmende, vissende en duikende honden werden gezien als onderdeel van de bemanning en daarnaar ook betaald, in natura (vis) of geld (gegeven aan de eigenaar).
In de jaren '30 stierf het ras bijna uit door betere visvangsttechnieken en doordat moderne communicatiemiddelen aan boord van vissersschepen de waterhond als boodschapper overbodig maakten. De Portugese scheepstycoon Vasco Bensaude kreeg toen gelukkig belangstelling voor dit ras en startte een fokprogramma. In de jaren '60 ontstond er vanuit de VS belangstelling voor dit ras en Bensaude verkocht in 1968 de eerste hond, die vervolgens de oversteek over de Atlantische Oceaan maakte. De zeldzaamheid - er waren in 1972 wereldwijd nog maar 25 honden van dit ras - maakte weliswaar dat er hoge bedragen betaald werden, maar zonder deze commerciële belangstelling was het ras in Portugal vrijwel zeker uitgestorven. Zoals al bij vele hondenrassen is gebleken (denk onder andere aan het kooikerhondje) zorgde een privé-initiatief en niet overheidsbemoeienissen of een wetenschappelijk actieprogramma tot behoud van de biodiversiteit ervoor dat een hond met unieke eigenschappen behouden bleef.
Hoe kwam deze hond nu op een Amsterdamse gevelsteen terecht? Hierover bestaan diverse theorieën, een ervan is dat de Spaanse armada vanaf 1588 deze honden als boodschapperhond tussen de schepen en als redder van over boord geslagen matrozen gebruikte. Immers de Spaanse armada gebruikte zo'n 4000 Portugese huursoldaten, waarvan enkelen deze hond meegebracht zouden hebben. Het is dan ook mogelijk dat in 1628 toen Piet Hein de Zilvervloot veroverde dergelijke honden mee terug naar Nederland zijn gebracht. Zo schilderde Rembrandt in 1631 een zelfportret met aan zijn voeten een Portugese waterhond, een keurig geknipte rashond. Dit om te illustreren hoe rijk en goed gesettled hij rond deze tijd wel niet was. Was deze hond een oorlogstrofee? Blijkbaar bleef deze hond in het rijke Nederland van de Gouden Eeuw gedurende meer dan een eeuw nog een statussymbool, zodat hij ook nog op de hierboven beschreven gevelsteen uit de 18de eeuw vereeuwigd werd.
Andere meldingen van kunstwerken met Portugese waterhonden of andere theorieën worden door de redactie vanzelfsprekend op prijs gesteld.
René Zanderink
* Opgemerkt dient te worden dat de Engelse auteur David Howarth in zijn boek The voyage of the armada stelt dat er aan boord van de Spaanse vloot alleen paarden en muildieren (voor een eventueel aan land gaan) en geen honden aanwezig waren; paarden en muildieren konden op de terugweg bij gebrek aan proviand opgegeten worden, honden waarschijnlijk niet. Hij vermeldt echter wel dat deze armada vier kleine Portugese galjoenen bezat.

