home > Zeldzame huisdieren > Diersoorten > Eenden
Eenden

Icon_Eend.jpg
De tamme eend stamt af van de wilde eend (Anas platyrhynchos), die zijn verspreidingsgebied heeft in Europa, Noord-Afrika, Azië en Noord- Amerika. De eend werd ongeveer 3.000 jaar geleden voor het eerst gedomesticeerd, waarschijnlijk in China. Men neemt aan dat in Azië de domesticatie op meerdere plaatsen is begonnen en dat de tamme eend van daaruit in Europa is terechtgekomen. De dieren werden gehouden voor het vlees en de eieren, maar in Europa ook ingezet als lokkers voor de jacht op wilde eenden. Nederland maakte voor het eerst kennis met de eend als huisdier ten tijde van Karel de Grote, omstreeks het jaar 770.
Bij wilde eenden zijn de vrouwtjes onopvallend bruin getekend, terwijl de woerden zich tooien met glanzend groen. Tamme eenden kruisen gemakkelijk met wilde eenden, waardoor het voor fokkers altijd moeilijk is geweest de rassen zuiver te houden. Ook nu komen in ons land veel wilde en verwilderde eenden voor met nog duidelijk zichtbare invloeden van tamme eenden en andersom.
Vanaf de 14e eeuw zijn in ons land eendenkooien bekend waar wilde eenden gevangen werden. Dit gebeurde door gebruik te maken van halfwilde lokeenden of het 'kwakertje'. Aanvankelijk werden de eenden gehouden voor de slacht. Na oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie werden eenden voor de productie van eieren uit de Aziatische landen meegebracht.
In Noord-Holland ontstond de 'Spreeuwkop of Witborsteend'. Het waren sobere dieren die veelal zelf hun voedsel bijeen moesten zoeken. Soms werden ze op een wat grootschaliger wijze gehouden. Na 1900 werden de oude eendenrassen vervangen door de Pekingeenden als slachteenden en de Khaki Campbell als legeenden. Rond 1940 waren er zo'n 750.000 legeenden in Nederland. Momenteel zijn er nog bijna 100 bedrijven die eenden mesten.