Mondiaal beleid
![]() |
Koppel Swifterscapen |
Variatie binnen en tussen rassen Genetische erosie of verlies van genetische diversiteit treedt niet alleen op door het verdwijnen van rassen, maar ook wanneer in een ras de verwantschap tussen dieren te sterk toeneemt. De wereldwijde trend is overduidelijk; hoogproductieve rassen zijn commercieel zeer succesvol, waardoor ze lokale rassen steeds verder verdringen. In Nederland is hierdoor een aanzienlijk aantal rassen zeldzaam geworden. Er is voortdurend aandacht nodig voor een brede selectie en inzet van ouderdieren. Houden we genoeg variatie in ouderdieren en kunnen we de verwantschap in de populatie laag genoeg houden om inteeltproblemen te voorkomen? Besteden we in de keuze van de fokdieren genoeg aandacht aan gezondheid, vruchtbaarheid en levensduur De rasverenigingen en fokkersclubs hebben hierin een belangrijke taak. Ter ondersteuning van deze rasverenigingen en fokkersclubs vervult de SZH een koepelfunctie om het behoud van oorspronkelijke Nederlandse rassen te bevorderen.
Tabel 1 – Risicoclassificatie voor zeldzame huisdierrassen volgens de FAO-norm
| classificatie status | vrouwelijke fokdieren | mannelijke fokdieren |
| normaal | > 10.000 | |
| onzeker | < 10.000 | |
| kwetsbaar | < 5000 | |
| bedreigd | < 1000 | < 20 |
| kritiek | < 100 | < 5 |
Wanneer we kijken naar het huidige aantal rassen in Nederland (FAO State of the World’s Animal Genetic Resources) lijkt de diversiteit toe te nemen. Dit geeft een vertekend beeld. Het is van belang om niet alleen naar het aantal rassen te kijken, maar ook naar de omvang van rassen en de oorsprong. Het grote aantal rassen in Nederland wordt vooral veroorzaakt door de import van buitenlandse rassen die met een klein aantal dieren in Nederland worden gehouden. Daarnaast voegt een ras dat landbouwhuisontstaan is door het kruisen van twee ouderrassen minder toe aan de totale diversiteit dan een volledig onverwant ras. En een ras waarvan alle dieren samen van een paar vaderdieren afstammen, herbergt in de regel minder biodiversiteit dan een groot ras met vele duizenden vaderdieren. Verder is een ras waarvan in het buitenland grote aantallen aanwezig zijn op wereldschaal minder snel bedreigd dan een uniek Nederlands ras. De rasindeling kan verfijnd worden door, behalve naar populatiegrootte, ook naar oorsprong, leeftijd en gebruik te kijken. Rassen kunnen naar herkomst (Nederlands, buitenlands), naar leeftijd (oud ras < 1920, modern kruisingsproduct) en naar gebruik (industriële productie, extensieve productie, natuurbeheer of hobby) worden ingedeeld. Over het algemeen wordt elke diersoort gedomineerd door één of enkele rassen, bijvoorbeeld 98% van de melkveestapel in Nederland bestaat uit Holstein Friesians.
FAO-risicoclassificatieDe FAO hanteert een risicoclassificatie voor de populatiegrootte van rassen, die staat weergegeven in tabel 1. Toch geeft een dergelijk getal niet altijd voldoende informatie om de werkelijke risico’s in te schatten. Er zou ook moeten worden gekeken naar de populatietrend (groei of achteruitgang en het percentage zuivere fok) en de achterliggende redenen. In de praktijk is er vaak sprake van een scheve sekseratio. Daarnaast kunnen er zaken spelen als selectie (zoals bij schapen op scrapie-ongevoeligheid) en het gebruik van een beperkt aantal vaderdieren die ook nog eens een heel verschillend aantal nakomelingen krijgen. Ook dierziekten, zoals de afgelopen jaren blauwtong, kunnen grote gevolgen hebben voor de aantallen fokdieren.
Overzicht Nederlandse rassenDe gegevens in de volgende tabellen zijn verkregen op basis van de enquête die de Stichting Zeldzame Huisdierrassen vorig jaar aan de stamboeken en rasverenigingen gestuurd heeft. Hierbij zijn niet alleen de landbouwhuisdieren meegenomen, maar ook de andere diersoorten waarvoor de SZH zich inzet. De gegevens zijn aangevuld met informatie van CRV (voor rundveerassen) en van Ad Boks (voor pluimvee en eenden). De actualisering van duiven en konijnen zit nog in de pijplijn, waardoor nu geen actuele gegevens gepresenteerd kunnen worden. We gaan ervan uit dat de tellingen en schattingen betrouwbaar zijn, echter aanvullingen zijn van harte welkom (rita.hoving@wur.nl). De definitie van populatiegrootte kan voor onduidelijkheid zorgen. Wat zijn volwassen fokdieren? Is dat het totaal aantal volwassen vrouwelijke dieren of is dat het aantal dat jaarlijks één of meerdere nakomelingen krijgt? Wij hebben het doorgegeven antwoord opgenomen. Daarnaast zijn dieren van fokkers die niet bij een rasvereniging of fokkersclub zijn aangesloten ‘niet zichtbaar’. De overzichten in de tabellen 2 tot en met 8 rassen in 2007 in vergelijking, voor de meeste rassen, tot 2002.
RundveeUit tabel 2 blijkt dat alle kleine runderrassen in aantallen op dit moment stabiel blijven of groei vertonen. De Nederlandse runderrassen hebben echter wel een grote daling in aantal dieren meegemaakt. Voor de ‘Holsteinisering’ bestond de Nederlandse rundveepopulatie voornamelijk uit Fries Hollands (FH), Maas- Rijn- IJssel (Mrij) en Groninger blaarkop, nu bestaat deze bijna geheel uit Holstein Friesian (HF). Het Mrijras zit (nog) niet in de gevarenzone. Dit komt mede doordat het ras een effectief fokprogramma heeft om genetische vooruitgang te kunnen blijven realiseren. Genetische vooruitgang is noodzakelijk om te kunnen concurreren met de grote, commerciële rassen. Voor de kleine runderrassen is het niet eenvoudig om nog genetische vooruitgang te boeken. Andere functies (zoals natuurbeheer) kunnen wel helpen een ras in stand te houden.
Tabel 2 – Aantal en status van de Nederlandse runderrassen in 2002 en 2008
| ras | aantal vrouwelijke fokdieren in 2002 | aantal mannelijke fokdieren in 2002 | aantal vrouwelijke fokdieren in 2007 | aantal mannelijke fokdieren in 2007 | aantal fokkers in 2007 | status in 2007 |
| rund | ||||||
| Holstein Friesian (zwartbont en roodbont) | 1.650.000 |
| 1.138.648 |
|
| normaal |
| Groninger blaarkop | 2165 | 38 | 2366 |
| 65 | kwetsbaar |
| Brandrood rund | 100 | 30 | 454 | 66 | 55 | bedreigd |
| Fries-Hollands (zwartbont) | 5700 |
| 3500 |
|
| kwetsbaar |
| Fries-Hollands (roodbont) | 119 | 43 | 200 |
| 64 | bedreigd |
| Witrik- kleurslag (op melkvee- of vleesveebasis) *1 | 1000 | 39 | 60 |
| 38 | bedreigd |
| Lakenvelder | 1700 | 80 | 1200 | 35 | 320 | bedreigd |
| MRIJ | 30800 |
| 15.000 |
|
| normaal |
| Verbeterd roodbont |
|
| 945 |
|
| kwetsbaar |
*1 De witrik is geen ras, maar een kleurslag, voor de telling is een andere basis gebruikt.
PaardenBij de paarden staan ook het Friese paard, het rijpaard en het tuigpaard vermeld (zie tabel 3). Dit zijn geen zeldzame rassen, maar wel rassen van Nederlandse oorsprong. Een punt van zorg binnen het Friese paard blijft de relatief hoge verwantschap doordat het ras in de vorige eeuw vanuit een heel kleine populatie opgebouwd is. Ook bij het rijpaard is er geen sprake van zeldzaamheid vanwege de grote aantallen dieren en het open karakter van de populatie. Bij de andere Nederlandse paardenrassen is er meestal wel sprake van gesloten populaties. Daarom is het beperken van verwantschap ook een belangrijk aandachtspunt.
Tabel 3 – Aantal en status van de Nederlandse paardenrassen in 2002 en 2007
| ras | aantal vrouwelijke fokdieren in 2002 | aantal mannelijke fokdieren in 2002 | aantal vrouwelijke fokdieren in 2007 | aantal mannelijke fokdieren in 2007 | aantal fokkers in 2007 | status in 2007 |
| paard | ||||||
| Gelders paard | 500 | 10 | 2250 *2 | 10 |
| kwetsbaar |
| Tuigpaard | 33 | kwetsbaar | ||||
| Trekpaard | 1100 | 50 | 1078 | 46 |
| kwetsbaar |
| Groninger paard | 200 | 14 | 420 | 36 | 100 | bedreigd |
| Fries paard | 20.000 | 90 | 7000 | normaal | ||
| rijpaard (spring- & dressuur- paarden) | 260 | normaal |
*2 Door een andere telling zijn 2250 merries opgegeven, deze krijgen lang niet allemaal een veulen.
Schapen en geitenDe heideschapen (zie tabel 4) handhaven zich en de melkschapen zijn nu als één populatie weergegeven, waar ze in het verleden als Fries en Zeeuws melkschaap genoteerd stonden. Er zijn professionele melkschapenhouders, die echter veelal niet aangesloten zijn bij een stamboek. In de tabel staan ook de jongere schapenrassen vermeld, waarvan de Swifter de grootste is. De Texelaar heeft de grootste populatie en kent drie stamboeken. Bij de Landgeit is vanuit enkele exemplaren in de jaren vijftig van de vorige eeuw door een groeiende groep enthousiaste fokkers een populatie gerealiseerd die niet meer in de categorie ‘bedreigd’ valt.
Tabel 4 – Aantal en status van de Nederlandse schapen- en geitenrassen in 2002 en 2007
| ras | aantal vrouwelijke fokdieren in 2002 | aantal mannelijke fokdieren in 2002 | aantal vrouwelijke fokdieren in 2007 | aantal mannelijke fokdieren in 2007 | aantal fokkers in 2007 | status in 2007 |
| schaap | ||||||
| Zwartbles | 2500 | 250 | 2500 | 170 | 260 | kwetsbaar |
| Drents heideschaap | 1312 | 87 | 2658 | 201 | 100 | kwetsbaar |
| Schoonebeeker | 1277 | 23 | 1477 | 70 | 35 | kwetsbaar |
| Blauwe Texelaar | 3500 | 250 | 4620 | 263 | 275 | kwetsbaar |
| Mergelland- schaap | 600 | 35 | 579 | 57 | 40 | bedreigd |
| Kempisch heideschaap | 1544 | 30 | 1802 | 44 | 7 | kwetsbaar |
| Nederlands melkschaap (Zweeuws en Fries) | 5500 | 110 | 7681 | 740 | 48 | onzeker |
| Veluws heideschaap | 1400 | 60 | 1400 | 70 | 7 | kwetsbaar |
| Texelaar |
|
| 30.000 | 2000 | 950 | normaal |
| Noordhollander | 2074 | 103 | 38 | kwetsbaar | ||
| Blessumer | 4800 | 60 | 15 | kwetsbaar | ||
| Swifter | 13.954 | 607 |
| normaal | ||
| Flevolander | 1800 |
| 40 | kwetsbaar | ||
| geit | ||||||
| Nederlandse landgeit | 1600 | 375 | 1923 | 293 | 150 | kwetsbaar |
| Nederlandse dwerggeit | 4000 | 150 | 400 | kwetsbaar | ||
| Nederlandse bonte geit | 499 | 133 |
| bedreigd | ||
| Nederlandse witte geit | 1882 | 242 |
| kwetsbaar | ||
| Nederlandse Toggenburger geit | 500 | 162 |
| bedreigd |
Varkens en pluimveeInternationaal spelen de Nederlandse bedrijven een belangrijke rol bij leghennen, vleeskuikens, varkens en rundvee. De fokkerijorganisaties van de commerciële varkens- en pluimveerassen hebben de vader- en moederlijnen in eigendom en hebben daardoor controle over het in stand houden van de verschillende lijnen. De meeste rassen en foklijnen van de Nederlandse varkensfokkerijorganisaties zijn in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw opgebouwd. Het zijn zuivere rassen, met meer dan vijftig jaar gesloten fokkerij, een belangrijk uitgangsras is het Nederlands landras. Doordat het afgelopen decennium een aantal fokkerijorganisaties samengegaan is, zijn ook de uitgangspopulaties samengevoegd. De genoemde basislijnen zijn ook veiliggesteld in de genenbank. Evenals bij varkens worden in de pluimveefokkerij steeds nieuwe lijnen ontwikkeld die beter passen bij de wensen van de markt en het productiesysteem en wordt het raszuivere uitgangsmateriaal beheerd. Naast de commerciële pluimveelijnen is er in Nederland een groot aantal verschillende ‘hobby’-pluimveerassen (zie tabel 5), die vaak door slechts een klein aantal fokkers gehouden worden. Een klein aantal fokkers en houders kan een risico vormen voor de continuïteit en diversiteit van de rassen in de toekomst.
Tabel 5 – Aantal en status van de Nederlandse pluimveerassen in 2002 en 2007
130 35 100 20 10 150 50 135 40 75 30 75 25 10 125 40 120 40 250 80 275 100 400 150 375 125 400 120 305 80 300 100 475 120 650 150 100 50 180 60 120 60 150 75 150 50 200 70 200 50 15 5 20 10 700 340 600 200 70 430 250 450 150 150 50 240 80 170 60 80 25 1800 *3 1500 *3 200 100 150 85 83 34 130 60 25 35 110 50 100 40 35 15 30 10 200 100 200 50 135 75 70 30 100 50 310 60 130 50 140 60 150 50 130 60 100 35 144 36 90 20 30 15 250 50 280 70 80 30 130 35 11 4 1000 1000 1725 775 150 30 15 2000 100 425 125 300 100 ras aantal
vrouwelijke
fokdieren
in 2002 aantal
mannelijke
fokdieren
in 2002 aantal
vrouwelijke
fokdieren
in 2007 aantal
mannelijke
fokdieren
in 2007 aantal
fokkers
in
2007 status
in
2007 pluimvee Hollandse
kuifhoenders bedreigd Hollandse
kuifhoenkrielen bedreigd Baardkuifhoenders bedreigd Baardkuifhoenkrielen bedreigd Welsumer bedreigd Welsumer kriel bedreigd Barnevelder bedreigd Barnevelder kriel bedreigd Groninger meeuw bedreigd Groninger meeuw
kriel bedreigd Drents hoen bedreigd Drentse kriel bedreigd Drents hoen
bolstaart kritiek Drentse kriel
bolstaart kritiek Fries hoen bedreigd Fries hoen kriel bedreigd Lakenvelder hoen bedreigd Lakenvelder hoen
kriel bedreigd Nederlandse
sabelpootkriel bedreigd Brabanter bedreigd Brabanter kriel kritiek Kraaikop bedreigd Kraaikop kriel kritiek Uilebaard groot bedreigd Uilebaard kriel bedreigd Chaams hoen bedreigd Hollands hoen bedreigd Hollands hoen kriel bedreigd Assendelfts hoen bedreigd Assendelfts hoen
kriel bedreigd Noord-Hollandse
blauwe bedreigd Noord-Hollandse
blauwe kriel bedreigd Eikenburger kriel kritiek Hollandse kriel, 21
kleurslagen erkend kwetsbaar Schijndelaar kritiek Twents hoen bedreigd Twentse kriel bedreigd
*3 Waarschijnlijk een onjuistheid in de data uit 2002
Ganzen en eendenDe populaties Nederlandse rassen zijn bedreigd of kritiek. De Twentse landgans doet het nu goed, de eenden zijn minder populair geworden (zie tabel 6).
Tabel 6 – Aantal en status van de Nederlandse eendenrassen en de Landgans in 2002 en 2007
| ras | aantal vrouwelijke fokdieren in 2002 | aantal mannelijke fokdieren in 2002 | aantal vrouwelijke fokdieren in 2007 | aantal mannelijke fokdieren in 2007 | aantal fokkers in 2007 | status in 2007 |
| eend | ||||||
| Overbergse eend | 30 | 10 | 15 | 10 | kritiek | |
| Krombekeend | 110 | 50 | 75 | 30 | bedreigd | |
| Noord- Hollandse witborsteend | 75 | 25 | 75 | 25 | bedreigd | |
| Kuifeend | 40 | 20 | 25 | 15 | kritiek | |
| Kwaker | 750 | 400 | 750 | 400 | kwetsbaar | |
| gans | ||||||
| Twentse landgans (wit en bont) | 10 | 5 | 85 | 55 |
| bedreigd |
DatabasesDe verzamelde geactualiseerde gegevens zijn ingevoerd in de Nederlandse database (http://efabis_nl.cgn.wur.nl), van waaruit automatisch de gegevens naar de Europese (http://efabis.tzv.fal.de) en mondiale databases (http://dad.fao.org) doorgevoerd worden. Een overzicht van de in Nederland voorkomende populaties ofwel dierlijke genetische bronnen is tevens beschikbaar via de door CGN onderhouden site www.absfocalpoint.nl. Bij de laatste site staan ook de organisaties vermeld die aanspreekpunt zijn voor de diverse rassen.
Rita Hoving (CGN), Sipke Joost Hiemstra (CGN), Hinke Fiona Cnossen (SZH) en Ad Boks (SZH)


