Inleiding
Slechts een klein aantal veehouders in Nederland heeft rundvee met een afwijkende tekening of kleur. Deze dieren hebben niet de status van ras, maar zijn uit genetisch en historisch oogpunt erg interessant. Afwijkende kleurpatronen als Witrik, Baggerbonten, Valen en Blauwen werden immers ook vroeger ook veel in de Nederlandse veestapel aangetroffen.
Vaal en vaalbontBij Valen en Vaalbonten gaat het om een geelbruine kleur. Het geelbruine of beige haar is bij Vaalbonten echter korter dan het witte haar. Wanneer de kleur iets donkerder is spreekt men wel van Muisvalen en als het haarkleed iets lichter gekleurd is van Zilvervalen.
![]() |
| Dirk 1 een vaalbonte stier voor de genenbank |
BlauwDe blauwe kleur bij rundvee is geen echte kleur maar komt tot stand door menging van witte en zwarte haren. De grens tussen de blauwe vlekken en het wit is meestal minder scherp dan bij zwart- en roodbonten. De blauwe kleur vererft intermediair, dat wil zeggen dat er bij paring van blauwen (ZW x ZW)25 % kans is op een wit kalf (WW), 25% op een zwartbont kalf (ZZ) en 50 % op een blauwbont kalf (ZW).
BaggerbontIn de fokkerij van rood- en zwartbont rundvee is sinds de oprichting van de stamboeken niet alleen geselecteerd op melkproductie, maar ook op een ideaal en precies omschreven vlekkenpatroon. De fokkers van baggerbonten trokken zich van deze beperkingen niets aan en hielden het bij ‘kakelbont’. Baggerbonten worden gekenmerkt door een grillig vlekkenpatroon waarbij vooral de poten rijkelijk met vlekken zijn voorzien (‘modderpoten’).


